Uitgelicht

Opklaringen

Zojuist besloten dat ik ga schrijven, bloggen, en ik voel me bruisen! Ja ik schrijf graag, eigenlijk mijn leven lang al, dus dit is een passende stap. Ik schrijf dagboeken sinds mijn middelbare schooltijd, op vakantie en mijn reizen hou ik dagboeken bij, ik email veel, en ik hou gewoon van schrijven!

Nu nog een passende overkoepelende naam bedenken… Het moet wel iets met de naam van mijn coachpraktijk “De Zon Coaching” te maken hebben.

Al mindmappend en naar de lucht starend tijdens het nadenken, viel het op zijn plek.

Opklaringen.

Wat kun je van mijn Opklaringen verwachten? Ervaringen uit de boeiende wereld van mijn praktijk, gouden momenten, inzichten, inspiratie.

Ik wens je veel plezier en inspiratie met mijn Opklaringen!

Opruimen

Het is vakantie-tijd. Tijd om op te ruimen! Vooruitgeschoven voornemens waarmaken om nu eens goed alles uit te zoeken, te ordenen en veel, heel veel weg te doen. Naar de kledingbak, de kringloop, de stort. Heerlijk!

Spullen kunnen lang gewoon staan waar ze staan. Op een onlogische plek wellicht, maar je went er aan dat het daar staat en loopt er omheen. Er komen nieuwe spullen bij, die ook weer ergens worden neergezet. Als er bezoek komt, schuif je met je voet wat dingen een beetje aan de kant zodat het minder opvalt. Een ander merkt er amper iets van.

Ik kan er lang tegenaan hikken, maar als ik eenmaal begonnen ben, geniet ik ervan. Een rol vuilniszakken, een paar dozen, een dosis arbeidsvitamine uit de boxen en gaan! Ineens lukt het me! Aan de slag met leeghalen, sorteren, en schoonmaken. De dingen die mogen blijven kunnen nu netjes opgeruimd op een legere plank en de andere zaken gaan in elk geval het huis uit. Een glimlach is er ook, bij de herinneringen die ik tegenkom, oude foto’s, toch even dat album nog even doorbladeren. Etiketten maak ik, voor op de ruggen van de foto-albums, zodat ik bij een volgende vraag naar een foto uit het verleden er zo bij kan komen. Het wordt leger en leger, en zo heerlijk opgeruimd! De kamer die klaar is loop ik later die dag binnen, gewoon om even te genieten van de ruimte en rust die het uitstraalt.

In je hoofd werkt het eigenlijk net zo. Het kan in je hoofd een chaos zijn, een rommeltje, je hebt het amper in de gaten. Je bent wel moe, dat merk je. Het overzicht? Heb je dat nog? Kost het steeds meer moeite om je te herinneren wat je echt moest onthouden? Ook je hoofd knapt lekker op na een goede opruimactie! Een coach kan je daar goed bij helpen. Het visualiseren van jouw volle hoofd, en daar structuur in aanbrengen is een hele fijne manier die je daarna ook goed zelf kan toepassen. Ik pas het geregeld ook op mezelf toe. Wat spookt er rond? Waar word ik moe van? Waar heb ik last van? Wat is er nodig om op dat gebied ‘op te ruimen’? Wat kan afgesloten worden, losgelaten, lichter gemaakt? Soms is het nodig die ene gebeurtenis uit het verleden, die nog altijd hardnekkig opspeelt op onverwachte momenten, aan te pakken. In de ogen te kijken, van alle kanten te bekijken. Pas als je het goed hebt vastgehouden, kun je het loslaten. Echt loslaten.

Loslaten is in de ogen kijken, van alle kanten bekijken en daarna afsluiten. Het is nu opgeruimd, echt opgeruimd.

En wat een ruimte en rust komt er dan vrij! Het is zo fijn om dat te ervaren!

Lef

Wat wil je wel, maar durf je niet? Waar ben jij bang voor? Angst voor afwijzing, dat anderen er wat van vinden, angst voor mislukken. Angst voor verandering: het oude is wellicht niet fijn, maar je weet wel hoe dàt is. Het nieuwe is spannend, want onbekend. Tot je op het moment aankomt dat je écht zo niet verder wil en er iets mag gaan veranderen. Er kan alleen iets veranderen in jouw gedrag en jouw reacties op de situatie waar je in zit. Zodra je dat ervaart, echt ervaart, dan komt er een verschuiving. Jouw kracht en zelfvertrouwen nemen toe, waardoor je weer nieuwe stappen durft te zetten.

Iedereen die hier voor het eerst komt is nerveus. Zenuwachtig, gespannen. De leeftijd maakt niet uit: ze hebben iets besloten, namelijk dat het anders mag gaan. De thema’s zijn verschillend: kinderen komen vaak omdat ze zijn vastgelopen op school of thuis. Met de leerstof, met de contacten, met zichzelf. ‘Ik hoor er niet bij’, is vaak het gevoel wat overheerst. Kinderen laten dat zien met hun gedrag: ze worden bijvoorbeeld stil, zijn somber, eten slecht, slapen slecht, of hebben juist veel ruzie met de omgeving. Jongeren komen omdat ze bijvoorbeeld conflicten met docenten hebben, of conflicten thuis. Aan mij de taak om samen uit te puzzelen wat er ónder die conflicten zit. Hoe komt het dat het steeds opnieuw opvlamt. Wie ben jij daarin? Wat laat jij van jezelf zien? En: wat zou je willen dat anderen zouden zien van jou? Volwassenen komen met relatieproblematiek of werk gerelateerde problematiek of voor persoonlijke groei. Het vergt moed om een stap te zetten, en ik benoem altijd hun lef om ermee aan de slag te gaan.

Een ouderpaar nam contact met mij op, voor hun beide dochters (5 en 8 jaar). Ze vertelden me dat ze gingen scheiden, dat ze voor zichzelf al hulp hadden ingeroepen. En nu zochten ze begeleiding voor de kinderen. We maakten een afspraak.

De week erna werden de meisjes gebracht, ze zouden zonder ouder met mij komen praten. Over lef gesproken! De oudste, B, had het gevraagd aan haar moeder, of ze alleen mochten komen. De jongste, L, keek onbevangen en blij. B keek me indringend aan, en ze ‘las’ mijn gezicht. Om het ijs te breken en laagdrempelig te beginnen liet ik ze beide een Knuffelkaartje trekken. Het werkt altijd, en nu ook. ‘Plezier. Wat een mooie kaart is dat! Wanneer heb jij wel eens plezier?’ L vertelt gelijk over haar vriendinnetje die gisteren mocht komen spelen en hoe leuk dat was. Ik geef L een blad waarop ze gaat tekenen over Plezier. B heeft de kaart waarop ‘Meestromen’ staat. Ze weet van rivieren en van stroming. ‘Waar stroom jij in mee?’ B vertelt over de scheiding. Ze doet het behoedzaam, en ze kijkt steeds snel even naar rechts waar L zit te tekenen. B voelt zich zwaar, zegt ze, misschien wel ‘ zoals een boomtak die door de rivier wordt meegesleurd’. De volgende keer komen ze weer samen, L vertelt dat ze blij wordt van knutselen en ik laat haar materialen zoeken waarmee ze aan de slag gaat. Met B doe ik kwaliteiten onderzoek, we praten over wat ze goed kan. Nu zie ik weer dat ze behoedzaam is, L is vlakbij immers? Na afloop vraag ik of ze het fijn zou vinden om een keertje alleen, zonder L, te komen. Dat wil ze graag. Moeder vindt het ook goed.

B is alleen hier, en ik speel het Coachee spel met haar. Ze straalt, ze houdt van spelletjes en ze leest de vragen met een diepe fronsrimpel. Nadenken en dan komt het los: ze laat zien wat zij denkt en voelt. Geweldig! Ze maakt een blad met een tekening van zichzelf, met daaromheen allemaal dingen waar ze blij van wordt. We plakken het op een stevig stuk karton, en dan draai ik het om. Op de achterkant laat ik haar puzzel-stukken tekenen. En uitknippen. Spannend, dwars door de tekening op de onderkant heen. Ze heeft er lol in en werkt met grote concentratie. De puzzelstukken draait ze nu om en husselt ze door elkaar. Gelijk weer tot 1 geheel maken. Ik zoek er een envelop bij en daarop schrijft ze ‘Fijnheids-puzzel’ omdat ze zich zo fijn voelt.

De keer erna werk ik met haar aan een grote Mindmap: welke mensen zijn belangrijk voor haar? En wat kunnen zij goed?? Het blad wordt helemaal vol geschreven en getekend. De focus ligt op het fijne gevoel wat ze krijgt als ze aan deze mensen denkt. De ene kan goed ‘lief zijn’, de ander kan goed ‘nieuwsgierig zijn’ en haar zusje L kan ‘heel goed buiten spelen’. Ze ziet hoeveel mensen van haar houden en het inzicht komt ook: ze hoeft het niet alleen te doen. Ze voelt zich weer vaker ‘blij’ vertelt ze.

Met een goed eindgesprek met de ouders rond ik het coach traject af. B mag gewoon weer 8 jaar zijn en zich fijn voelen. Dankzij haar lef heeft ze al op jonge leeftijd ervaren dat zij haar welbevinden zelf kan beïnvloeden.

Donderwolk

De ouders en S zelf zijn hier voor de eerste keer. Ik voer het gesprek met S, een sportieve leuke jongen van 10 jaar. Hij is makkelijk in het contact en het aanvankelijk schuwe mannetje van tien minuten geleden is verdwenen. S vertelt over school, over sport, over vrienden, over zijn hond, over spelling. De spelling brengt ze hier. Of ik met S een ‘Ik leer Anders’-traject kan doen? Ik vertel ze dat dat zeker kan, en dat ik eerst twee keer met S aan de slag ga, om zijn kwaliteiten helder te hebben. Bijna achteloos, alsof het er eigenlijk niet toe deed, vertelde moeder nog dat S soms zo boos is. Of ik daar ook naar wilde kijken?

S komt daarna alleen, zijn moeder brengt hem en zijn vader haalt hem weer op. De eerste coaching brengt al veel informatie. Over S, over zijn worsteling op school, over ruzie, over wel willen maar (nog) niet kunnen. De tweede coaching steek ik in op de boosheid. S kan goed aangeven hoe het verloop van zijn boosheid is, en dat het voornamelijk op school voorkomt. Hij moet er dan uit (de klas uit) en naar de directeur. S vindt dat vreselijk, want ja, dat praten over iets waarvoor hij zich al schaamt is niet fijn. En dat maakt hem ook weer boos, want hij kan er niks aan doen….

Ik besluit met S een ‘Boosheid-Thermometer’ te maken. Hij kiest de kleuren uit, het moet van stevig papier, en er moet een schuif opkomen, geeft hij aan. Die schuif moet hij kunnen bewegen. Ik bevraag hem over zijn boosheid, hoe is het als de boosheid er niet is; de thermometer op ‘0’ – neutraal en blij. S wil graag met gezichtjes werken, en met kleuren. Want super super boos is natuurlijk knalrood (‘zoals mijn hoofd dan is’). Neutraal is lichtgeel. S tekent gezichtjes: neutraal, geïrriteerd, chagrijnig, boos, kwaad, woedend. De gezichtjes worden door mij gelamineerd en door hem uitgeknipt. Gekleurde stroken papier plakt hij op een kartonnen ondergrond. Samen friemelen we aan een schuif. Met een kijkraampje natuurlijk! Met rode wangen van inspanning werkt hij tot het klaar is. ‘Waar ga je hem bewaren?’ vraag ik. ‘Ik wil hem meenemen naar school, en dan op mijn tafel leggen.’

In de week erna heb ik contact met zijn leerkracht. Zij vertelt me hoe het in de klas gaat, en hoe plotseling de stemming kan omslaan. Ze vertelt dat S eigenlijk nooit zijn werk af heeft en niet gemotiveerd lijkt. We praten over de spelling en de frustratie die dit met zich meeneemt. Ik vertel haar over ‘Ik Leer Anders’, en over beelddenken. S zal vier keer in de ochtend bij mij komen om deze training te volgen en het is fijn dat de leerkracht hier positief tegenover staat.

S komt voor de eerste ‘Ik Leer Anders’ bijeenkomst, samen met zijn vader. Dit wil ik altijd in de ochtend doen, half 9, 9 uur, als het kind nog helemaal fris is. De eerste keer is het meest intens: het hoofd van S visueel maken samen. De vader van S heb ik gevraagd helemaal stil te zijn, en alleen maar te observeren. Hij zit naast zijn zoon en de energie is rustig en fijn. Het hoofd van S gaan we opruimen: er komen verschillende kamers, een gang wordt gemaakt, en dan deuren en kleuren toekennen aan de verschillende ruimtes. Hij maakt ook een ‘Leuke Dingen Kamer’. De tekening van zijn hoofd wordt geconcentreerd gemaakt en daarna laat ik hem er een tijdje goed naar kijken. Daarna doet S de ogen dicht, rustig ademen, in en uit, naar de buik. Ik wandel nu met hem door zijn hoofd, door de kamers die hij net heeft getekend en laat hem rondkijken en details noemen. In de Letter-Kamer werken we aan het alfabet, afsluitend lopen we nog even door zijn Leuke-Dingen-Kamer.

Het is een krachtig middel, en de tekening van zijn hoofd kopieer ik voor in zijn map. Het origineel gaat mee naar huis. Thuis gaat hij ook elke dag even tien minuten oefenen met het spellen van woorden die achterin het cursusboek staan. Op dezelfde manier als hij vandaag heeft geleerd. Vader gaat hem daarbij ondersteunen.

De keren erna herhalen we woorden die lastig zijn, werken aan de Cijfer-Kamer, en bespreken hoe het met de Boosheid-Thermometer gaat. S vertelt dat het hem steun geeft, hij kan aanwijzen hoe hij zich voelt zodat de leerkracht in een eerder stadium iets kan doen. De woede aanvallen nemen sterk af.

Met de ouders, leerkracht en met S heb ik afgesproken dat ik een keer op school kom kijken. Het is zo mooi om hem op school te zien. Hij komt een paar keer zijn werk aan mij laten zien en het is wel duidelijk dat S bovengemiddeld slim is. Alleen door de Cito scores was dit lange tijd niet zichtbaar. S werd niet genoeg uitgedaagd, en daar kwam een hardnekkige Donderwolk voor in de plaats. In het nagesprek met de leerkracht adviseer ik om S, naast zijn gewone werk, een werkstuk te laten maken. Waar hij aan kan werken als zijn werk klaar is. S straalt en heeft al wel een onderwerp waar hij zijn werkstuk over wil maken: De Ruimte. In de weken erna blijkt dat S zijn schoolwerk nu makkelijk afkrijgt en daarna verder kan met zijn werkstuk.

S komt nog een paar keer voor de zomervakantie, waarin we de spelling-aanpak herhalen en S kan het goed zelf nu. Bij een dictee visualiseert hij het woord razendsnel in zijn hoofd, en schrijft het daarna op. S vindt het ‘wel lollig’ dat hij deze truc kan toepassen! Zijn succeservaring motiveert hem om te blijven oefenen.

De donderwolk is verdwenen. S kan duidelijk aangeven als hij ergens mee zit, gebruikt zijn thermometer nog ter ondersteuning. Wat een juweel van een kind! Hij straalt en kletst en vindt het fantastisch dat hij een werkstuk mag maken. Na de zomer heeft hij een andere leerkracht, en ik schuif aan bij het startgesprek. Alle neuzen gelijk dezelfde kant op voorkomt een terugval. Over opklaringen gesproken…..

Eigenaarschap

Als ouders met hun kind in mijn praktijk komen voor het kennismakingsgesprek, dan gaat het in eerste instantie over het gedrag wat hun kind laat zien. Hun kind is bijvoorbeeld snel extreem boos. Of slaapt niet. Of eet amper. Of heeft zich teruggetrokken en lijkt apathisch. Of pest, of wordt gepest. Er is zorg, over dit gedrag, over hoe het met hun kind gaat. Vaak zijn er al diverse gesprekken op school geweest en is er meer nodig.

Dat ‘meer’, daarvoor komen ze bij mij. Aan mij de mooie uitdaging om met het kind op ontdekkingstocht te gaan. Zo benoem ik het ook. Ik vertel dat dit geen garage is en ik geen monteur ben. ‘Er is niks mis met jou.’ Die boodschap is essentieel. Na het kennismakingsgesprek en de intakeprocedure start het coaching-traject.

Een kwaliteiten-onderzoek doe ik als eerste want dit geeft mij heel veel informatie. Hoe denkt deze persoon over zichzelf? Ondertussen kan ik vragen stellen, verhelderingsvragen, verdiepingsvragen, en het praten gaat vanzelf. Ik luister, ik observeer, ik bevraag. Aan het eind van het kwaliteiten-onderzoek is er een verwerking en ook dit geeft mij informatie. Na dit eerste gesprek is er een heldere hulpvraag, of hulpvragen, van het kind zelf. ‘Wat zou je willen oefenen bij mij?’

In contact met deze, al aanwezige!, kwaliteiten komt er ook een andere energie vrij. Van ‘probleem’ naar ‘onderzoek’.

Een meisje van 9, A, was ‘onhandelbaar’ zowel op school als thuis. Ook in mijn praktijkruimte zag ik haar grenzeloosheid. Een balspel? De bal vloog doelgericht naar de materialenkast, of het raam, of mijn hoofd…. Een tekening die ze maakte, gaf aan dat er zoveel boosheid in haar aanwezig was, ze kón niet anders dan dit gedrag laten zien. ‘Help mij, zie mij, hoor mij!’ zegt dit gedrag. In het traject van A waren de kwaliteiten die ze bij zichzelf had gekozen leidend. ‘Wat goed, zie je dat je nu (kwaliteit) hebt gebruikt?’

Bewustwording van alles jij zelf al in huis hebt, is een belangrijk onderdeel van alle coachingtrajecten. Je bent heel goed in staat je eigen problemen aan te pakken, jouw reacties te kiezen. Waar heb je invloed op, en waarop heb je geen invloed? Waar ben jij de eigenaar van? Welke kwaliteit kun je bewust inzetten? Een mooi proces, deze bewustwording. Vervolgens ga je dit bewust oefenen in je eigen leven en tijdens de coaching terugkoppelen. Wat lukt er al, en wat nog meer? Wat heeft nog aandacht nodig?

Dit alles hielp A, en daarnaast had ik op internet mandala’s gevonden: dierenvormen, die na inkleuring prachtig waren. (De ‘gewone’ mandala’s die ik in een boek heb staan, vond zij ‘stom en saai’) Het mandala-kleur-proces brengt je terug bij jouw eigen rust. Ook bij A werkte het supergoed! In gesprek met school konden de mandala’s daar ook worden ingezet. Een afgesproken aantal minuten aan het werk zijn, dan 5 minuten aan de mandala werken, dan verder aan het schoolwerk. Met een kleurenklokje op haar tafel kon ze dat zélf regelen, en het eigenaarschap leidde tot rust en verantwoordelijk gedrag. A werd gezien en gehoord en ze had ervaren wat haar eigen invloed daarop was. Ze werd zich steeds meer bewust van haar kwaliteiten en hoe die een situatie konden beïnvloeden. Positief beïnvloeden. Ze was trots op zichzelf. Ze genoot van de complimenten. Ze had invloed op haar eigen rust. Zo mooi!

Het ervaren van eigenaarschap is cruciaal in het proces van persoonlijke groei. Jouw lef komt naar boven, en je zet stappen die eerst ondenkbaar en te spannend leken. Je ervaart dat jij het doet en kan! Je groeit en bloeit!

Rouwen

G is 8 jaar en komt bij mij omdat ze ‘niet goed in haar vel zit’. Haar beide ouders zijn mee tijdens de intake. Ze zitten samen op mijn bankje, en zijn alledrie iets gespannen. Ik geef koffie en thee en water en we praten. Over G, met G, over haar enorme angsten, die haar uit haar slaap houden. Over aansluiting vinden in de klas. Over extreme woede aanvallen. Over ‘dood willen’… Dit laatste weet ik van het telefonisch gevoerde gesprek vooraf. Maar dat die opmerking wel de druppel was in hun emmer van zorg en ze nu bij mij komen.

Coaching is laagdrempelig, je belt en maakt een afspraak en je komt. In de situatie van G voelt het aanvankelijk als een ‘voor’ traject, voor mij althans. Indien G echt suïcidale gedachten heeft, dan verwijs ik door. Dat heb ik ook eerlijk gemeld, en ze willen toch graag komen. Tijdens de intake blijkt ook dat oma erg ziek is en het overlijden binnenkort zal gebeuren. Na dit gesprek maken we afspraken voor het coachtraject van G.

G heeft aangegeven dat ze graag alleen met mij wil praten, zonder de ouders erbij. Dat is goed en met de ouders spreek ik af om na de coachings even contact te hebben, per mail. G gaat voorzichtig te werk, ze kijkt de kat uit de boom, maar laat zich graag verleiden tot een spelletje Mikado. Vervolgens doe ik een kwaliteiten onderzoek. De kaartjes met daarop kwaliteiten helpen G om meer over zichzelf te vertellen. Een fijne vorm, veilig en dichtbij het kind. Ik stel verdiepingsvragen over kwaliteitenkaartjes die op de ‘soms wel – soms niet’-stapel liggen en zo leer ik haar snel kennen. Bij de verwerking tekent ze zichzelf met alle kwaliteiten om zichzelf heen. Blij en ontspannen vertrekt ze een uur later weer als haar moeder haar ophaalt.

De volgende sessie doe ik een gevoelens-kwadrant. Hierbij vertelt ze bij ‘verdrietig’ over haar oma. De goede band, hoe graag ze er komt, en met name over hoe verdrietig haar vader is. En dat ze dat begrijpt: het is zijn mama, dat is ook wel heel erg. Ik mag er vragen over stellen en ze opent zich steeds meer. Herinneringen die er zijn en daarna schrijft ze een kaart met tekening die ze straks meeneemt als ze naar haar oma gaat.

Twee weken later is oma overleden; in de tussentijd heb ik contact gehouden met de ouders en ondersteun hen ook. Ze willen graag dat G weer komt, want thuis praat ze niet. Wel zijn er weer een paar heftige woede aanvallen geweest, zowel thuis als op school. Slapen is ook nog steeds ingewikkeld.

G komt de week erna weer. ‘Waar wil je zitten G, wat vind je fijn?’ G gaat op de grond zitten en pakt het grote knuffel-paard wat naast de bank ligt. Ze maakt er een lekker plekje van en ik kom erbij zitten. ‘Gaan we knutselen?’ vraagt G, een echte knutsel-liefhebber. ‘Wat zou je willen maken?’ vraag ik, waarop G met een diepe denkrimpel een zucht slaakt. ‘Ik weet het niet…’ ‘Je kunt iets knutselen waar je dingetjes in kunt bewaren?’ stel ik voor. G lacht en staat gelijk op. Uit mijn kast met materialen haalt ze de spullen die ze wil gebruiken. Ik zit op de grond en laat het gebeuren. Alles neemt ze mee naar het hoekje op de grond, en begint te knippen, vouwen, plakken. Ik hou randjes vast die moeten drogen, geef een schaar aan, en laat haar proces gaan. Dan valt ze ineens stil, haar handen hangen boven het gekleurde papier – het doosje in wording. Ze kijkt me aan, ernstig, en vraagt: ‘Marjolein, is er bij jou wel eens iemand dood gegaan wat je heel erg vond?’ Ik slik. En ik denk een seconde na. De ogen van G houden de mijne in een greep. ‘Ja’, zeg ik. Het is nog niet genoeg voor haar. ‘Wie?’

Nu vertel ik kort over mijn broertje, die overleed toen hij 2 was en ik 8. G luistert aandachtig, en knikt ernstig. ‘Dan weet je het’, zegt ze met een zucht. Ze vertelt nu zelf, over oma, over de kist, over tranen die niet wilden komen. Over dat boos worden zoveel makkelijker is voor haar, je schopt gewoon en je schreeuwt en je bent ‘boos’. Verdrietig zijn maakt haar bang, vertelt ze. Nu praten we erover verder, terwijl haar handen vaardig het doosje afmaken. Er komt glitter bij, en ze knutselt een klein sluitinkje. Dan is het af. Tevreden bekijkt ze het resultaat. ‘Ik ga er allemaal dingetjes in doen die me blij maken’. Ze heeft thuis spulletjes van oma, en die gaan erin. En ook de kracht-steen die ze van mij heeft gekregen. En mooie knikkers. Haar gedachten zijn druk bezig met dingen die in aanmerking komen om in dit mooie doosje te doen.

Later hoor ik van moeder dat G meer ontspannen is. En ook af en toe iets vertelt, of vraagt, over oma. Over verdrietig zijn.

G blijft nog een tijdje komen en ze vindt zelf dat het steeds beter met haar gaat. We onderzoeken haar angsten en de lading gaat er stukje bij beetje af. Het mag er zijn en daardoor worden de angsten minder heftig en beter te hanteren. Wat een stappen heeft ze gezet, deze kanjer!

Verbinding

Ik doe de deur open, en daar staat hij weer: stralend met zijn twee knuffels in zijn armen. Met zijn 5 jaar jong is V de jongste in mijn praktijk. Voor mij als ‘bovenbouw-leerkracht’ was ik bij zijn aanmelding al overal ingeschoten. Kan ik dit wel? Dit kan ik NIET. Te jong. Wat doe ik ermee? Allemaal negatieve geluiden in mijn eigen hoofd. Hoe kom ik daaruit?

Verbinding.

Eerst verbinding maken met mezelf, voordat ik de verbinding met de ander kan aangaan. Ja dat klinkt prachtig, maar hoe doe je dat dan? Als coach? Zitten, voelen en schrijven. Mindmappen. Dat werkt voor mij. Ik ben dan snel in verbinding, weet waar mijn valkuilen zitten en waar mijn kracht zit. Veel zelf geleerd dus, door V te begeleiden! Vooral: vertrouwen op mijn intuïtie en ervaring. Zijn met wat er is, en daarop inspelen.

Bij V was er weinig verbinding met zijn vader wat hem onzeker maakte en uit balans. De relatie met zijn moeder was heel hecht, en soms tè: afscheid nemen was elke keer een drama en moeder moest alles voor hem doen. Vader had weinig grip op V en verloor regelmatig zijn geduld. De woede aanvallen van vader veroorzaakte ook veel frustratie, zowel bij vader als bij V.

Er was ook een hulpvraag van vader: hoe kan ik een betere band met mijn zoon krijgen? En: ‘Is dit nog te redden?’

Ik nodigde hen samen uit voor een vader en zoon coaching. Een geweldig gaaf samenzijn werd dat! Ze trokken beide een Knuffelkaartje, een bekend ritueel voor V wat rust en vertrouwen gaf. Vader las zijn kaartje voor: Geluk. ‘Wat betekent voor jou geluk?’, vroeg ik. ‘Geluk betekent voor mij als ik een knuffel krijg van V, dan word ik helemaal warm en blij.’

V luistert aandachtig, staat op en zegt: ‘ Als jij daar zo blij van wordt, dan geef ik je er nu eentje hoor!’ en slaat zijn armen om zijn vader heen en knuffelt intens. Later tijdens dit gesprek gebeurt het zomaar, tussendoor. V staat op en omhelst zijn vader, gewoon omdat het fijn is. De verbinding wordt gevoeld.

Vader komt daarna een paar keer mee en dat is vaak op uitnodiging van V. Een uur quality time voor vader en zoon; ze groeien waar ik bij zit! Ondertussen doen we van alles: tekenen, schilderen, kleien, Jenga en met lego bouwen. Vader vertelt dat ze mijn advies hebben opgevolgd en nu samen dingen doen. Even samen een boodschap doen, naar de wasstraat, naar oma, het zijn kleine dingen die veel impact hebben. Zonder het kleine zusje erbij, zonder moeder erbij. Het gaat goed, en ze genieten er beide van. V vertelt stralend dat ze eigenlijk nooit meer ruzie hebben en dat het goed gaat. Vader wordt nog weleens boos, maar veel minder erg en het gaat sneller over. Daarna goedmaken met een dikke knuffel doet wonderen voor hun relatie. Ze praten er hier samen open over Het mag er zijn. Waardoor de lading enorm is afgenomen.

Vandaag is V weer een keer alleen. Moeder blijft beneden aan mijn eettafel, en V loopt voor me uit de trap op naar de praktijkruimte. Aan zijn loopje zie ik dat hij moe is. Hij kruipt dan ook op de bank, wil even niks. Ik ga naast hem zitten en we trekken onze schoenen uit. Dat zit lekkerder. Praten lukt even minder goed; V zegt: ‘Ja ik weet het nu even niet.’ Op de knutseltafel had ik al de schilderspullen klaargezet, uit een soort voorgevoel? ‘Kijk eens wat ik voor je heb verzameld? Zullen we gewoon eens lekker gaan schilderen?’ V fleurt op, stroopt zijn mouwen op en we gaan naast elkaar aan de tafel zitten. We zetten zijn knuffels op de bank, zodat ze goed kunnen kijken en zelf niet vies worden. ‘Wat gaan we maken V?’ vraag ik. ‘Monsters!’, zegt hij met een grote grijns. We schilderen en nu voel ik de spanning van hem afglijden. Ik schilder op mijn blad een monster, en hij zijn eigen monster. Ondertussen kan ik weer wat vragen en praat hij over zijn nachtmerries. Wat hij dan droomt, of hij zelf wakker wordt dan (‘nee mijn nachtmerrie maakt me wakker’) en wat er helpt. We maken van onze monsters nu ‘nachtmerrie-weg-jagers’ en leggen de laatste hand aan het schilderwerk. Drogen nu, voor het raam in de zon. Terwijl we nu met de lego gaan bouwen. Ik geniet van V, die nu helemaal ontspannen, languit op de grond ligt, bouwt en speelt. Nu praten we verder, ook ik lig op de grond en bouw aan een huisje. Hoe gaat het met spelen met vriendjes? Met papa? Over plaagjongens, waar hij nu geen last meer van heeft. V vindt dat het eigenlijk wel goed met hem gaat, alleen de nachtmerries nog….

Het is ineens tijd. Ik blaas nog met een föhn zijn schilderwerk droog, plak het in zijn plakboek, terwijl V uit zichzelf alle lego opruimt! Daar loopt hij weer, buiten, trots met zijn plakboek onder zijn ene arm, zijn knuffels onder de andere. Rechtop en met een heel andere energie dan een uur geleden.

Wat een prachtig vak is dit toch!

Invloed

Daar zit ze: L – 15 jaar oud, samen met haar vader in mijn praktijkruimte voor het kennismakingsgesprek. L heeft een tijdje geleden al een paar gesprekken bij een kindercoach gehad, maar daar was ze afgehaakt. ‘Te kinderachtig!’ Dat wist ik doordat haar moeder me dat door de telefoon had verteld. L wil nu echter aan het werk met haar hulpvragen en daarom zit ze nu hier.

‘Wat is jouw hulpvraag?’, vraag ik. L geeft me haar kleine opschrijfboekje en daar zie ik in een superkeurig handschrift een lijst van wel 8 dingen. Doelen die ze wil halen. Wat ze wil leren, verbeteren, ontwikkelen. Ze heeft er duidelijk al goed over nagedacht en weet wat ze wil. Na even praten laat ze weten dat ze echt bij mij wil komen. Dat is fijn, en we maken de eerste coach afspraak. Normaal start ik altijd met een serie afspraken, maar vanwege haar negatieve vorige ervaring met een coach besluit ik haar ruimte te geven. ‘Na ons eerste gesprek laat jij me weten of je verder wil gaan, ok?’

Ze is inmiddels een paar keer geweest, en ze is steeds maar opgelucht. Gesloten, dat is hoe ze thuis is en op school. Hier in de veilige ruimte, vertelt ze alles. Ik kan haar ook alles vragen, zonder lading, en zij vertelt en vertelt. En dat lucht haar enorm op, zegt ze. We puzzelen samen dingen uit; hoe werkt dat nou in je hoofd als je stemmen hoort? Stemmen die veel geluid maken, negatieve dingen zeggen en je ontkrachten. Ik leer haar handige tools door het eerst samen te oefenen en ze het zelf thuis en op school gaat doorvoeren. Alles gaat in dat keurige handschrift, in haar kleine schriftje. We lachen ook veel, de lading van de zwaarte kan zo wat minder worden en ruimte maken voor haar kracht en kwaliteiten. Ik zie haar groeien. In haar ogen komt een ander licht.

Ze oefent, en het is ‘best lastig’ om te doen. Logisch, een verandering doorvoeren heeft tijd en aandacht nodig, en doorzettingsvermogen. Nou en dat heeft ze als sporter genoeg! De volgende oefening is een gesprek aangaan met haar mentor over een lastig onderwerp. We bespreken het voor, en ze maakt een afspraak. De mentor vergeet haar vervolgens tot twee keer toe uit de les te halen en daarna is ze weer bij mij. ‘Ik doe het niet meer hoor, hij moet nu maar naar mij toe komen!’ Ik snap haar felle reactie, en haar verdriet wat er onder zit, en laat haar even razen en knik alleen maar. We gaan iets anders doen en wat later kom ik er weer op terug. Wat wilde jij nu werkelijk? En op welk gedrag heb jij invloed? L kijkt me aan en ik zie het licht weer aangaan in haar ogen. Ze gaat het doen. Voor zichzelf. ‘Stuur je me een appje als je het gesprek hebt gehad?’

Een paar dagen later komt er een whats-app: een supertrots bericht, het is haar gelukt, en ze heeft ook complimenten ontvangen dat ze haar verhaal zo goed heeft gedaan. Ze is voor zichzelf opgekomen, op een goede manier, en ze heeft een succes behaald! En ik, als haar coach, ik gloei van trots!

Kwetsbaarheid laten zien is Lef hebben!