Rouwen

G is 8 jaar en komt bij mij omdat ze ‘niet goed in haar vel zit’. Haar beide ouders zijn mee tijdens de intake. Ze zitten samen op mijn bankje, en zijn alledrie iets gespannen. Ik geef koffie en thee en water en we praten. Over G, met G, over haar enorme angsten, die haar uit haar slaap houden. Over aansluiting vinden in de klas. Over extreme woede aanvallen. Over ‘dood willen’… Dit laatste weet ik van het telefonisch gevoerde gesprek vooraf. Maar dat die opmerking wel de druppel was in hun emmer van zorg en ze nu bij mij komen.

Coaching is laagdrempelig, je belt en maakt een afspraak en je komt. In de situatie van G voelt het aanvankelijk als een ‘voor’ traject, voor mij althans. Indien G echt suïcidale gedachten heeft, dan verwijs ik door. Dat heb ik ook eerlijk gemeld, en ze willen toch graag komen. Tijdens de intake blijkt ook dat oma erg ziek is en het overlijden binnenkort zal gebeuren. Na dit gesprek maken we afspraken voor het coachtraject van G.

G heeft aangegeven dat ze graag alleen met mij wil praten, zonder de ouders erbij. Dat is goed en met de ouders spreek ik af om na de coachings even contact te hebben, per mail. G gaat voorzichtig te werk, ze kijkt de kat uit de boom, maar laat zich graag verleiden tot een spelletje Mikado. Vervolgens doe ik een kwaliteiten onderzoek. De kaartjes met daarop kwaliteiten helpen G om meer over zichzelf te vertellen. Een fijne vorm, veilig en dichtbij het kind. Ik stel verdiepingsvragen over kwaliteitenkaartjes die op de ‘soms wel – soms niet’-stapel liggen en zo leer ik haar snel kennen. Bij de verwerking tekent ze zichzelf met alle kwaliteiten om zichzelf heen. Blij en ontspannen vertrekt ze een uur later weer als haar moeder haar ophaalt.

De volgende sessie doe ik een gevoelens-kwadrant. Hierbij vertelt ze bij ‘verdrietig’ over haar oma. De goede band, hoe graag ze er komt, en met name over hoe verdrietig haar vader is. En dat ze dat begrijpt: het is zijn mama, dat is ook wel heel erg. Ik mag er vragen over stellen en ze opent zich steeds meer. Herinneringen die er zijn en daarna schrijft ze een kaart met tekening die ze straks meeneemt als ze naar haar oma gaat.

Twee weken later is oma overleden; in de tussentijd heb ik contact gehouden met de ouders en ondersteun hen ook. Ze willen graag dat G weer komt, want thuis praat ze niet. Wel zijn er weer een paar heftige woede aanvallen geweest, zowel thuis als op school. Slapen is ook nog steeds ingewikkeld.

G komt de week erna weer. ‘Waar wil je zitten G, wat vind je fijn?’ G gaat op de grond zitten en pakt het grote knuffel-paard wat naast de bank ligt. Ze maakt er een lekker plekje van en ik kom erbij zitten. ‘Gaan we knutselen?’ vraagt G, een echte knutsel-liefhebber. ‘Wat zou je willen maken?’ vraag ik, waarop G met een diepe denkrimpel een zucht slaakt. ‘Ik weet het niet…’ ‘Je kunt iets knutselen waar je dingetjes in kunt bewaren?’ stel ik voor. G lacht en staat gelijk op. Uit mijn kast met materialen haalt ze de spullen die ze wil gebruiken. Ik zit op de grond en laat het gebeuren. Alles neemt ze mee naar het hoekje op de grond, en begint te knippen, vouwen, plakken. Ik hou randjes vast die moeten drogen, geef een schaar aan, en laat haar proces gaan. Dan valt ze ineens stil, haar handen hangen boven het gekleurde papier – het doosje in wording. Ze kijkt me aan, ernstig, en vraagt: ‘Marjolein, is er bij jou wel eens iemand dood gegaan wat je heel erg vond?’ Ik slik. En ik denk een seconde na. De ogen van G houden de mijne in een greep. ‘Ja’, zeg ik. Het is nog niet genoeg voor haar. ‘Wie?’

Nu vertel ik kort over mijn broertje, die overleed toen hij 2 was en ik 8. G luistert aandachtig, en knikt ernstig. ‘Dan weet je het’, zegt ze met een zucht. Ze vertelt nu zelf, over oma, over de kist, over tranen die niet wilden komen. Over dat boos worden zoveel makkelijker is voor haar, je schopt gewoon en je schreeuwt en je bent ‘boos’. Verdrietig zijn maakt haar bang, vertelt ze. Nu praten we erover verder, terwijl haar handen vaardig het doosje afmaken. Er komt glitter bij, en ze knutselt een klein sluitinkje. Dan is het af. Tevreden bekijkt ze het resultaat. ‘Ik ga er allemaal dingetjes in doen die me blij maken’. Ze heeft thuis spulletjes van oma, en die gaan erin. En ook de kracht-steen die ze van mij heeft gekregen. En mooie knikkers. Haar gedachten zijn druk bezig met dingen die in aanmerking komen om in dit mooie doosje te doen.

Later hoor ik van moeder dat G meer ontspannen is. En ook af en toe iets vertelt, of vraagt, over oma. Over verdrietig zijn.

G blijft nog een tijdje komen en ze vindt zelf dat het steeds beter met haar gaat. We onderzoeken haar angsten en de lading gaat er stukje bij beetje af. Het mag er zijn en daardoor worden de angsten minder heftig en beter te hanteren. Wat een stappen heeft ze gezet, deze kanjer!

Auteur: Marjolein Kars-Hartog

www.dezoncoaching.nl instagram: @de.zon.coaching

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s